Nederland in Beeld

Drenthe
Flevoland
Friesland
Gelderland
Groningen
Limburg
Noord-Brabant
Noord-Holland
Overijssel
Utrecht
Zeeland
Zuid-Holland


Foto's Neerkant
Steenstraat

Neerkant • Steenstraat 2 t/m 10 • koe in de wei • Zomer 2012


Foto's Neerkant
Moostenstraat

Neerkant • Moostenstraat 1 t/m 43 • Herfst 1944

Home Foto's van Nederland / luchtfoto's van Nederland Voeg foto / luchtfoto toe

  Luchtfoto's / foto's Neerkant


Luchtfoto's Neerkant / foto's Neerkant




Algemene luchtfoto's / foto's van Neerkant
Koopzondagen Neerkant

A t/m K K t/m P P t/m Z
Bergweg Keulsebaan Potterschans
Boonhof Koeweideweg Rechte Heitraksedijk
Bospeelweg Korte Zeilkens Reigerbekweg
Braamweg Kromme Heitraksedijk Schans
Brandsmastraat Lange Horst Schansweg
Broekstraat Langmost Scheper Jannebaan
Buizerdweg Limburgseweg Schietbaan
Dorpsstraat Meistraat Schotselaan
Ericaweg Mijnenweg Sint Vincentiusstraat
Grintkuilen Molentjesdreef Steen
Hazenleger Moostdijk Steenstraat
Hazenpad Moostdijksebergen Tankweg
Hazenweide Moostenstraat Uitleg
Heesterveld Oktoberstraat Veenpluisweg
Heitrak Paalberg Vinkenbroek
Hoefbladweg Pastoor van Erpstraat Vuurlinie
Kazematweg Pijlkruidweg Woltersstraat
Keienbergseweg Postbus Zaadweg








Informatie over
Neerkant


Neerkant is een dorp in de gemeente Deurne, in de provincie Noord-Brabant gelegen op de grens met Limburg, nabij Meijel. In het dialect wordt Neerkant Nirkant genoemd. Breedtegraad: 51° 22' 0N. Lengtegraad: 5° 52' 0E. Altitude: 30 meter boven AP.

Over de herkomst van de naam Neerkant zijn geen documenten bekend waarin de streek voor het eerst als zodanig wordt genoemd. De historie van een aantal gehuchten gaat zeker tot in de middeleeuwen terug. Zo ligt een deel van de grachten van de middeleeuwse boerderij Heitrak er nog. Volgens de Gemeente Deurne komt de naam Neerkant komt pas rond 1730 in de archieven voor. Mogelijk betekent de naam de 'lager gelegen kant' van de Peel alhoewel, Neerkant t.o.v. Brabant juist een hoger gelegen gebied betreft. Meijel was voor de ontginning van de Peel een bult en het is mogelijk dat de naam Neerkant vanuit Meijel gegeven is als de Nederkant van den bult. Bovendien lag Meijel in de achttiende eeuw, in tegenstelling tot Deurne (Generaliteitslanden) in het Oostenrijks Gelre. Gedurende eeuwen lag bij de Willibrordusput op de grens tussen Neerkant en Meijel de grenspaal van de Nederlanden met Gelre, en was Neerkant dus de Nederlandse kant (van de Peel) en kan het zijn dat Nederland verbasterd werd tot Neerkant. (Nabij de hoger gelegen Willibrordus putten werden ter oriëntatie bij de landmetingen in het verleden vuren gestookt.)

Neerkant als kern is vrij jong. Rond 1890 kreeg Neerkant een echte dorpskern, nabij het voormalige gehucht Moostdijk. Pas bij de bouw van kerk en klooster aan het einde van de 19e eeuw mogen we van een dorp spreken. Daarvoor bestond Neerkant uit een serie gehuchten op de smalle dekzandrug, langs de oeroude weg door de Peel. Deze gehuchten waren onder meer de omgrachte hoeve Heitrak (oudste vermelding 1340), de Moostdijk (oudste vermelding 1421), Schelm, Schans en Broek. Neerkant ontstond als nederzetting in het gedeelte tussen Moostdijk en Heitrak. Op de Peelrandbreuk, die onder de Peel doorsnijdt, ligt een lange rug met zandhoogten tussen 30 en 35 m NAP, waarover de oude weg van 's-Hertogenbosch, via Deurne, Neerkant en Roggel, naar Keulen loopt, de Via Regia Antiqua. Die weg heet in Neerkant nog altijd De Keulse Baan. Ook in de negentiende eeuw was dat de enige weg door het centrum van de Peel die het hele jaar redelijk goed begaanbaar was. In 1851 worden de gehuchten Liessel, Neerkant en Heitrak bij elkaar gevoegd tot één parochie, genaamd Liessel. Halverwege 1800 ontstond onder de intussen flink gegroeide bevolking behoefte aan een eigen school en kerk. Door problemen die Liessel, Helenaveen, Neerkant en Heitrak kregen met de Gemeente Deurne werd in 1876 en een poging ondernomen tot de vorming van een zelfstandige gemeente (Gemeente Liessel ca.) maar dit werd door de staat niet goedgekeurd en ging dus niet door. De gemeentenaam 'Deurne en Liessel' veranderde in gemeente 'Deurne' in 1926 door toevoeging van Vlierden. Daarna splitse Neerkant en Heitrak zich af van Liessel. Neerkant werd een zelfstandige parochie. In 1887 werd gestart met een openbare school en op 29 juni 1890 werd Neerkant een zelfstandige parochie.

Daarvoor was de eerste school al geopend (1 januari 1887), met als hoofd Meester Gerold, en met de bouw van de eerste kerk begonnen. Deze Kerk werd op 16 mei 1891 in gebruik genomen door pastoor van Erp. Daarna groeit het dorp gestaag. Er komen twee Molens (een stoomgraanmolen en een windgraanmolen), een Boerenbond, Boerenleenbank, en een Zuivelfabriek. Neerkant ligt ingekneld tussen twee z.g.n. Peelgebieden; de Deurnese Peel en de Limburgse Peel (Natuurreservaat De Groote Peel). Halverwege de negentiende eeuw begon men in de regio systematisch het veen als brandstof te winnen. Men paste technieken zoals ontwatering toe om het hele gebied toegankelijk te maken voor grootschalige turfwinning. Men groef greppels en sloten voor de afwatering en vaarten voor het afvoeren van de turf. Zo werden grote delen van De Peel afgegraven, vaak tot op de onderliggende zandlaag. Sporen van deze grootschalige turfwinning in De Groote Peel zijn nog duidelijk zichtbaar. Aan de Brabantse kant werd het veen grotendeels door een maatschappij gewonnen. Voor transport werden vaarten en kanalen gegraven. In het Limburgse deel werd voornamelijk door particulieren turf gestoken en met karren via de uitgespaarde ?peelbanen? afgevoerd. Iedere boer groef hier turf op zijn eigen (of jaarlijks gepachte) stukje grond, waardoor veenputten van verschillende grootte en vorm ontstonden.
Toen de turfwinning niet meer rendabel was en grote gebieden waren afgegraven, ging men over tot ontginning van de afgegraven delen. De aanvankelijk voor de landbouw waardeloze zandgronden, werden met kunstmest geschikt gemaakt voor weilanden en akkers. De Groote Peel dreigde omgevormd te worden tot landbouwgebied. Er kwamen initiatieven om het gebied te bewaren en er een natuurreservaat van te maken. De laatste grote ontginning in de Peel werd in begin jaren zestig beëindigd. Door de vervening van de Peel krijgt Neerkant steeds meer landbouwgrond, en zelfs een eigen kanaal, de Neerkantse wiek, en zo werd Neerkant zelfs een "havenplaats". De vervening van de Peel trok arbeiders aan die onder andere in Neerkant gingen wonen. In 1917 komen de Zusters Franciscanessen in Neerkant en vestigen zich in het nieuwe klooster, het Sint-Vincentiushuis. Zij richtten tevens de meisjesschool op.


Neerkant in de 2de Wereld Oorlog

In het oorlogsjaar 1944 werd Neerkant zwaar getroffen. Onder meer de kerk en de hoeve Heitrak moesten eraan geloven. In 1939 werd met de bouw van de Peel-Raamstelling begonnen die ook door Neerkant liep. Bij de aanval zou de de Peel-Raamstelling de Duitse opmars mee moeten vertragen. Die Peel-Raamstelling liep van Grave naar het zuiden, kruiste bij Griendtsveen de spoorlijn Eindhoven-Venlo om tenslotte voorbij de Peel, langs Noordervaart en Zuid- Willemsvaart, af te buigen naar Budel-Dorplein. Een van de zwakke plekken in de linie was het gebied rond Meijel en Neerkant; een doorgang door het veen. Het anders zo stille dorpje Neerkant werd vanaf de mobilisatie in augustus 1939 overspoeld met militairen. Volgens sommigen zouden het niet minder dan negenhonderd zijn geweest. Er werd een tenten- en barakkenkamp gebouwd, maar de meeste militairen werden ingekwartierd bij burgers en boeren. Tegen etenstijd fietste een hoornblazer door het dorp om te melden dat het eten opgehaald kon worden en vervolgens at het halve dorp mee. De komst van al die militairen zorgde voor een heuse economische boom. Bij de bouw van de kazematten vond menig dorpsbewoner werk als metselaar, ijzervlechter of timmerman. Boeren verdienden met paard en kar een extra centje als vrachtrijder van het gele zand waarop de bunkers werden gebouwd.

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 valt het Duitse leger Nederland binnen, en daarmee ook Neerkant. Bij de inval van de Duitsers in Neerkant werd door het Nederlandse Leger, dat hier gestationeerd was, een aantal boerderijen in brand gestoken om een vrij schutsveld te krijgen, maar het was tevergeefs. Al snel werd het hazepad gekozen. De jaren daarna werd niet veel van de oorlog gemerkt. De Duitsers bemoeiden zich met het wel en wee van het dorp, er werden bijvoorbeeld zoeklichten neergezet maar verder bleef het vooralsnog rustig. In de nacht van 24 september 1944 verdwenen plotseling alle Duitsers uit het dorp en de dag daarna trokken de Engelsen Neerkant binnen. Maar de Duitsers zouden niet zonder slag of stoot vertrekken. 27 oktober vindt een zware Duitse aanval plaats op het dorp. Bijna het gehele dorp ziet zich genoodzaakt om te evacueren. Hierdoor moesten ook de Engelsen vertrekken en kregen de Duitsers het dorp weer in handen. Twee dagen later vond de echte Peelveldslag plaats. Een groot Engels leger gesteund door Typhoon-bommenwerpers verdreven de Duitsers uit het dorp en de rest van de Peel. Op 1 november 1944 wordt door een Amerikaanse voltreffer op een Duitse munitietank de gehele kom van het dorp zwaar beschadigd. Ook van de kerk blijft niet meer dan een ruïne over. Een dag later wordt eindelijk het dorp voorgoed van de Duitsers bevrijd door het Engelse leger.

Het Engelse The Middlesex Regiment zegt hierover op haar internet site The Middlesex Regiment:
" After leaving Tilburg during the night, "B" Company, supporting 44th Brigade, went straight into action near Liesel shortly after dawn of the 28th. The situation there was soon brought under control and the enemy gradually pushed back. No. 6 Platoon supported the Royal Scots Fusiliers in their attack into Liesel and through to Slot. The platoon then led the attack on Hydrak, in company with Churchill tanks of the 6th Guards Tank Brigade. It then moved north to Moesdyk, an area made very difficult with "Schu" mines, which were small wooden mines that produced no reaction on the mine detectors. 44th Brigade was held up for some days at Meijel, and the platoon helped to block the wide, flat area between the Asten? Liesel?Meijel roads.
No. 7 Platoon had little trouble until it reached Neerkant, where it came under a very heavy artillery concentration. Opportunities for carrying out a shoot were few until a position was found forward of the infantry which provided a good open view. It was, however, an uncomfortable position, being visited frequently by patrols of the enemy, who approached to close range and opened fire with Schmeissers. Gradually, however, the opposition died away as the enemy pulled back. No. 8 Platoon, after a sticky few days round Liesel, moved south of the village and carried out a number of harassing shoots on the enemy. From Liesel to Neerkant the main task was to provide flank protection for the infantry pushing down the long, narrow axis. As with No. 7 Platoon, the heavy artillery fire at Neerkant made things uncomfortable until the enemy pulled out.

Zie ook World War II Records Division of the National Archives waar verslag wordt gedaan van de gevechten in en om Neerkant.


Wederopbouw

Na de oorlog begint de wederopbouw van Neerkant. Er wordt een nieuwe noodkerk neergezet die tot 1996 dienst zal doen als gemeenschapshuis (de Jeugdhof) waarna een nieuwe kerk gebouwd kan gaan worden, die op 19 augustus 1957 in gebruik werd genomen. Ook werd een Kleuterschool gebouwd (Engelenhof), die in de jaren tachtig weer gesloopt wordt en in 1967 komt er een nieuwe school. In 1970 wordt Neerkant aangesloten op het aardgasnet en in dat jaar vertrekken de Zusters Franciscanessen. Het Sint-Vincentiushuis doet verder dienst als peuterspeelzaal, openbare bibliotheek, en oefenruimte voor de Neerkantse Fanfare. In 1996 is het nieuwe gemeenschapshuis "De Moost" klaar, het is gebouwd op de plaats van de eerder genoemde Jeugdhof. Hierdoor komt het Sint-Vincentius huis leeg te staan. Om de sloop van dit monumentale pand tegen te gaan wordt het op de rijksmonumentenlijst


Muzikaal Dorp

Ondanks dat Neerkant een klein dorp is (+/- 3.000 inwoners) heeft het altijd een erg muzikale gemeenschap gehad. Er zijn een fanfare en een jeugdfanfare die in de hoogste klassen uitkomen. Verder een drumband en verschillende blaaskapellen. In de zestiger jaren werd de eerste 'beatband' van Neerkant opgericht (The Settlers met de gebroeders Had en Piet Verheijen, aangevuld met Herman Jansen, Wiel Geris, Jan van Rijt en Hans Lammers). Door de komst van de legendarische Amsterdamse folkgroep CCC Inc. die in Neerkant in 1969 een commune vestigde aan de Reigerbekweg startten enkele Neerkantse jongeren met de folkgroep Down Side (Neerkant) en daaruit ontstaat in 1980 Canyon Drive Band. Had Verheijen (ex Settlers - Down Side - Canyon Drive Band - Tulsa en Ruud Hermans Band) groeit later uit tot een van 's werelds bekendste pedal steelguitaristen en Jos Geris (Down Side - Canyon Drive Band) gaat zich toeleggen op muziek in het eigen dialect. Uit CCC Inc. ontstaat later Doe Maar, een van Nederlands meest succesvolle popgroepen aller tijden met in haar gelederen Neerkantenaren Ernst Jansz en Joost Belinfante.